Verherstraeten waarschuwde de groenen in De Zevende Dag tevens dat ze water in de wijn zullen moeten doen. Hij benadrukte dat er in Vlaanderen een realistisch energiebeleid moet worden gevoerd. Definitie van realistisch, daar valt duidelijk over te discusieren.
Voor CD&V is het alvast duidelijk, voor hen is het realistisch om kerncentrales, die nu reeds hun oorspronkelijke houdbaarheidsdatum voorbij zijn, langer open te houden. Zij geloven dus echt dat belgen immuun zijn voor radio-activiteit. Of ze zitten volledig in de zak van de kern-lobby. Maar echt realistisch kan je dit bezwaarlijk noemen.
De chemiesector vraagt achter energiesnelwegen, met het oog op groene energie.
Op het eerste zicht volgens hun visie een logische stap, en alvast een pak realistischer. Als je dan weet dat energie in ons land uit slechts een paar productiecentra komt, door de keuze voor kernenergie, dan weet je dat we met dergelijke snelwegen reeds heel bekend zijn.
Het is echter ook een van de negatieve punten rond kernenergie, want een heel pak van de opgewekte energie gaat verloren in transport. Naast de afvalproblematiek en de veiligheidsproblematiek een derde aspect wat genegeerd wordt als het over nucleaire installaties gaat. Het maakt ons trouwens ook zwakker voor eventuele outages.
Maar de chemie-sector denkt dus nog steeds in mega-centrales, en omdat je bij groene energie meer ruimte nodig hebt zullen deze nog verder van de verbruikers moeten liggen. M.a.w. de belgische ervaring in energiesnelwegen moet ge-extrapoleerd worden naar internationaal vlak.
Ik vind heel die discussie nuttig, maar onvolledig. De grote kracht van groene energie is de veel meer verspreide productie, zodat deze dichter bij de gebruiker kan geproduceerd worden. Omdat we niet over kernenergie spreken hoeven we niet 500km van de bewoonde wereld te blijven (alsof dat vandaag gebeurt), en kan het zelfs ge-integreerd worden in gebouwen.
Bedrijfsterreinen hebben nog duizenden vierkante meter vrij voor zonne-energie. Een windmolen op grotere bedrijven zoals bij Volvo is een andere optie. WKK een derde. We moeten dus in de eerste plaats daaraan werken, en een fijnmazig stabiel netwerk ontwikkelen die de lokale productie efficient kan verspreiden. En pas daarna is er nood aan de internationale snelwegen voor energie.
Want waarom zouden we de afhankelijkheid van extrene grondstoffen zoals fossiele en nucleaire brandstoffen vervangen door een afhankelijkheid van internationale productie zonder eerst zoveel mogelijk te streven naar energieonafhankelijkheid. Want deze laatste kan onze economie veel sterker ondersteunen en stabiliseren.
Een realistisch energiebeleid is er dus een waarbij je inzet op de uitbouw van een fijnmazig netwerk, gericht op een multitude aan kleine groene centrales, samen met grotere installaties verder weg, op zee of in het buitenland. Maar waar maximaal ingezet wordt op lokale productie, wat enkel maar onze lokale werkgelegenheid ten goede kan komen, en dus onze economie.
Je kan natuurlijk ook kiezen voor kern-energie, spelen met de levens van uw eigen bevolking, en verder afhankelijk blijven van grondstoffen uit oorlogsgebied. Maar realistisch is het niet echt.












Laatste reacties