Investeren in groene technologie zal beslissend zijn voor de concurrentiekracht van de Vlaamse bedrijven. De ecotechnologieën nemen de plaats in van de ICT enkel jaren terug. Of zoals AGORIA het stelt : “No Future without Green Technology”.
Groen! wil het budget voor ecologiesteun verdubbelen en vooral voorbehouden voor echte pioniers, de zgn. ‘top runners’ op vlak van ecologische innovatie. In Japan heeft deze aanpak zijn nut al bewezen. Vlaanderen heeft een grote voorsprong opgebouwd in het selectief inzamelen en recycleren van afvalstoffen. Die mogen we niet verliezen. Er werken nu al 2.500 mensen in de kringloopsector en 6.000 in de afval- en recyclage-industrie. Als men ook nog eens de stap durft te zetten naar het ecologisch ontwerpen van producten, kunnen er duizenden nieuwe jobs bijkomen.
Voor de Groenen moet de Vlaamse overheid maximaal inzetten op de transitie naar een duurzame chemie. We steunen het project duurzame energie van Essenscia. De petrochemie moet zich transformeren in biochemie die meer draait op biologische grondstoffen. Groen! wil een duurzamer gebruik van kunststoffen door meer hergebruik en recycling, minder additieven (zoals zware metalen, broom-, fluor- en aromatische verbindingen) en onderzoek naar alternatieven voor aardolie als grondstof, zoals bioplastics. We willen milieuvriendelijke wasmiddelen, verven, kunstvezels etc actief promoten. Groen! wil een actieplan rond nanotechnologie gezien de vele kansen die deze technologie biedt op vlak van gezondheid, milieu en energie. Tegelijk willen we ook meer onderzoek naar effecten op milieu en gezondheid. Groen! gelooft in schone én slimme producten. Schoon, slim, spaarzaam en sociaal gaan samen. Maar dan willen we ook investeren in groene ICT en de export van e-waste naar het Zuiden stoppen. Samen kunnen deze keuzes 9.000 banen bij creëren.
Vandaag heb je bedrijven die aarzelen om nieuwe producten op de markt te brengen wegens te duur in ontwikkeling, en te moeilijk verkoopbaar omdat de start verkoopprijs duurder is dan deze van de verouderde concurrent. Zo valt de verkoop van de prius tegen, omdat hij initieel duurder is dan de vervuilende concurrent. Het Top Runner-concept zet in om dit vertragingsprincipe te neutraliseren. Met de bedoeling om onze bedrijven een steuntje in de rug te geven om deze inoverende producten versneld op de markt te brengen en hierin te investeren.
Het cradle to cradle verhaal is intussen zo bekend dat het voor iedereen duidelijk moet zijn dat met ecologische keuzes te maken op langere termijn flink wat geld bespaard wordt. Alleen het besef dat bij het einde van de olie-tijdperk (pas over 50 jaar, of reeds binnen 10 jaar?) er ook een einde komt aan alle goedkope vormen van plastiek, en dat dit dus een enorme impact heeft op ons samenlevingsmodel, zou iedereen moeten aanzetten tot het upcycling van deze middelen. Niet zomaar re-cycling, wat meestal downcycling betekend, maar upcycling. Het nieuwe product is dan van evenwaardige of beter kwaliteit dan het afvalproduct. Dit vereist een doordacht design vanaf de ontwerpfase.
In een dergelijke economie kunnen we niet alleen terug consumeren met minder schuldgevoel naar onze kinderen en (toekomstige) kleinkinderen, maar zijn we ook minder afhankelijk van buitenlandse grondstoffen. We zadelen de toekomstige generaties niet op met een afvalprobleem en we worden autonomer van de staten die wel grondstoffen hebben. Een win-win situatie.




Laatste reacties